Een weekend dat al sinds afgelopen zomer in onze agenda stond. In een enthousiast moment schreef ik me samen met mijn zusje in voor de Zandvoort run.
Ben ik een hardloper? Nee, absoluut niet.
Maar ik dacht: met een beetje fatsoenlijk trainen moet 12 kilometer prima te doen zijn. En het idee dat we voor een goed doel liepen, hielp natuurlijk ook mee aan de motivatie.
Alleen… dan moet je dus wel trainen.
En laat dat, door een blessure, nou net een beetje mis zijn gelopen.
Omdat de run op zondag was, vertrokken we vrijdagavond al richting Zandvoort. Zo hadden we zaterdag nog een hele dag om er echt even uit te zijn.
We stonden op camping De Duinrand. Voor ons een ideale plek, precies tussen het circuit en het strand, midden in de duinen. Zandvoort heeft ook een camperplaats, maar de prijs voor een plek op asfalt langs de weg vonden we toch net wat te gortig.
Zaterdag liet het weer zich trouwens van een andere kant zien. Het waaide flink en het was best koud. Maar dat hield ons niet tegen. We maakten een lange strandwandeling, dronken iets warms bij een strandtent en er werden natuurlijk schelpen gezocht.
In de middag wilden de meiden even opwarmen in de camper. Na een potje UNO ben ik zelf nog even op pad gegaan met mijn camera. Even een rondje circuit, even het strand. Dat soort momentjes.
’s Avonds stapten we op de fiets naar een gezellig etentje met mijn ouders. Met als bonus: een klein nat pak onderweg.
De run zelf was op zondag, en we hadden geluk: heerlijk weer. Dat maakte alles toch net even makkelijker (en leuker). Dus, ondanks de shint splints, renden we over circuit, het strand en door het dorp en haalden we de finish binnen de streeftijd.
Al met al: een geslaagd weekend. Een fijn reistussendoortje.







